ZOMER

4. dec, 2021

Misschien ben je nieuwsgierig geworden of heb je interesse. Daarom volgt hieronder een klein fragment om een indruk te geven. 

Namen noemen

Nu de Jufferswaard gevuld is met vogelgeluiden heb ik tot mijn geluk eindelijk een vogelaar gevonden. Eens in de zoveel tijd spreken de biologe en ik af bij het veerpontje en lopen over de zomerkade de Jufferswaard in. Daar maakt ze mij attent op alles wat er aan vogels hipt, loopt, zwemt, fladdert, vliegt en welk geluid er bij elk van hen hoort. Elk gekwetter kan ze thuisbrengen. Ze onderscheidt een zanglijster van een merel puur aan de klanken. En te midden van al dat tsjilpen en zingen, kan ze de enkeling eruit filteren en zeggen: ‘Hoor, ergens daar tussen het struweel zit een winterkoninkje.’

Ik heb daar bewondering voor. En dat niet alleen, ik benijd haar ook. Mijn Jufferswaard is één grote pot nat waarin de dingen en de vormen in elkaar overlopen; een geelgroen landje met paarse vlekken. Alle watervogels zijn meerkoetjes of eenden. Zij daarentegen ziet een veld met vogelwikke, brunel, speerdistel, kaardebol. In haar plas zwemmen wintertaling, een krakeend, een kuifeend, een wilde eend. Haar Jufferswaard is vol details en min of meer objectief. De mijne is een Rorschachtest. Niet dat het erg is, maar ik zou het willen afwisselen. Soms mijn mijmeringen en dromerigheid een plek geven en andere keren een feestje van herkenning vieren.